Mijn eerste grote beelden

Na wat kleine beeldjes, vooral ook van textiel, gemaakt te hebben maakte ik in 1992/94 grote TEXTIELE beelden.   Meestal hangende beelden, maar ook rondom een “staander” zoals een kapstok. Opgevuld met fiberfill en als laatste een huid van stof die ik vooral naaide op de grote vorm. Hier een fotoserie van deze beelden.

Het beeld “VLEUGELLAM” hangt nu in Waterlandsmuseum de Speeltoren tot 2 maart 2020. Dit beeld heb ik van fiberfill gemaakt. Mijn eigen spitzen (als meisje zat ik op ballet) heb ik er voor gebruikt. Inspiratiebron was een foto uit een prachtig fotoboek van Hans van Maanen. Ik heb geprobeerd de foto op Facebook te zetten, maar dit werd niet goedgekeurd omdat het een foto was van een naakte danseres.

Vleugellam in trapgat Museum de Speeltoren

In oktober opende Martha Dirkmaat mijn tentoonstelling ‘Verstilde Vergankelijkheid’. In haar prachtige openingswoord zei ze over dit beeld:

“De inspiratie voor Vleugellam ligt in de aansprekende foto van een balletdanseres hangend aan een touw gemaakt door choreograaf Hans van Manen. Maar het beeld is ook verwant aan vroege schilderijen van Ans Marcus,  haar z.g. Pierrôtthema, vrouwfiguren aan touwtjes, willoos staand of hangend in een decor. Bij Marcus staat dit werk voor het er niet mogen zijn. Vleugellam, de vleugels niet kunnen uitslaan, vertelt in wezen eenzelfde verhaal, herkenbaar voor veel vrouwen in die tijd.

De inhoudelijke overeenkomst tussen Vleugellam, Onschuld en Troost is de vormgeving van een diep menselijke gevoel. De uitstraling, versterkt door de keus voor de kleur wit, is die van schoonheid. Daarmee staan deze beelden in zekere zin op zichzelf. Het kenmerk van later werk met de mens als thema, is mede door de toepassing van rafels, scheuren en gaten, de uitstraling van vergankelijkheid, van verval.”

detail Troost